Kermis Vermolen

Aan het eind van de 18e eeuw vertrokken drie broers Vermeulen uit Wamel naar het westen. De een vestigde en trouwde in Abcoude3, de ander vertrok naar Amsterdam, trouwde en verhuisde naar Abcoude. De derde, Zeeger Vermeulen (±1766-1800), vestigde en trouwde in Amsterdam. Een van zijn nazaten, Johannes Mattheus Vermolen (de vader van Nelis) trouwt in 1871 in Amsterdam met een kermismeisje Cornelia Frederika Selders (1848-1924). Zo kwam in de 19e eeuw de kermis in het leven van Vermolen.

 

Op internet zijn meerdere sites te vinden, waar de geschiedenis en historie van de kermis is beschreven. Ook op die sites komt de naam Vermolen voor. Op deze site van de stamboom Vermoolen wordt aan de hand van onder meer de beroepen, vermeld bij huwelijksakte, geboorteakten van kinderen en overlijdensakten en online beschikbare digitale krantenartikelen zoals www.delpher.nl een beeld gegeven van kermisfamilie Vermolen, deel uitmakend van de stamboom Vermoolen. De hoofdpersoon is Cornelis Marinus (Nelis) Vermolen (1877-1966) en zijn kermisbedrijf. Het is geen compleet overzicht, noch een biografie. Het is een beknopt overzicht over het kermisleven van Nelis Vermolen en enkele familieleden. Het geeft een eenvoudige impressie van het kermisbedrijf van de Vermolen’s. Het is beslist niet compleet.

 

Kermis is een eeuwenoud begrip. In de vroege tijd werden op markten “kermisachtige” activiteiten getoond om het publiek te vermaken. Ook toen was de kermis een rondtrekkende bezienswaardigheid. Ook de Vermolen’s trokken door het hele land om hun attracties aan het publiek te tonen.

 

Ongeveer aan het begin van het laatste kwart van de 19e eeuw hebben de Vermolen’s het beroep van kermisexploitant uitgeoefend. De beroepen uit de huwelijksakten, geboorteakten van kinderen en beschikbare bevolkingsregister geven niet direct het beroep van kermisexploitant weer. In die periode was de trein en de (vracht)auto nog niet beschikbaar voor vervoer. Voor de rondtrekkende kermisexploitanten was dan ook de boot een geschikt vervoermiddel. Hierdoor werd bij de Vermolen’s in diverse aktes veelvuldig het beroep van schipper vermeld. Daarnaast kwamen ook allerlei varianten voor zoals venter, reiziger, houder van een draaimolen, houder van een stoomcarrousel, kermisreiziger, kermisexploitant. Aan de hand van die variaties van beroepen is in de stamboom vast te stellen, dat de vader van Nelis Vermolen, Johannes Mattheus Vermolen (1846-1925) als eerste het beroep van kermisexploitant uitoefende. Bij de geboorte van zijn dochter Gerardina in 1873 was zijn beroep “Kermisreiziger”. Gedurende zijn leven had hij de volgende benamingen voor zijn beroep: venter, schipper, kramer, reiziger, kermisreiziger, houder van een draaimolen. Het is mogelijk, dat de vader van Johannes Mattheus, de opa dus van Nelis, Johannes Mattheus Vermolen (1824-1885) op latere leeftijd ook betrokken is geweest bij de kermis. Mogelijk bij zijn zoon Johannes Mattheus. In 1880 is het beroep van opa van Nelis schipper.

 

In een interview op 21-07-1957, ter gelegenheid van zijn 80e verjaardag, vertelde Nelis, dat zijn vader bij de spoorwegen werkte en zijn moeder op de kermis. Hoewel ze beloofd had na haar huwelijk niet meer op de kermis te gaan staan, kon ze de verleiding niet weerstaan. Zijn vader koos toen ook voor de kermis. Nelis is tijdens het rondtrekken van zijn ouders van kermis naar kermis in Waddinxveen geboren. Hij kreeg van jongs af aan het kermisleven met de paplepel ingegoten. Nelis begint in 1902 (25 jaar) met zijn kermisactiviteiten met een eenvoudig draaimolen. Ook in 1902 trouwde hij met Maria Johanna Hommerson (1879-voor 1966), dochter van een kermisexploitant.

 

Nelis en zijn vader trokken, zoals bij kermisexploitanten natuurlijk gewoon is, met hun attractie het hele land door. In het begin met paard en wagen, daarna een schip, woonschuit zoals Nelis in een interview van 25-03-1937 zelf memoreerde. Bij de opkomst van de spoorwegen werd lange tijd gebruik gemaakt van het spoor. Een gevolg van het rondtrokken door het land is, dat kinderen in verschillende plaatsen werden geboren. Ook het overlijden gebeurde in verschillen plaatsen. Uit de beschikbare digitale kranten blijkt enigszins, in welke plaatsen in het land de Vermolen’s kwamen. Om met een kermisattractie in een stad of dorp te kunnen staan, moesten de kermisexploitanten altijd een vergunning bij de gemeente aanvragen (verpachting); toen en nu nog steeds. De vergunning werd gegeven op grond van inschrijvingen. Het “gunnen” ging naar de hoogste bieder. Rond 1900, tot ongeveer 1940 werden deze inschrijvingen en gunnen in de kranten gepubliceerd. De vermelding van de verpachting verdween uit de kranten. Wat daarna overbleef waren enkele sfeerverhalen van verschillende verslaggevers, waarin onder meer de naam Vermolen  voorkwam. Rond 1930 werd door kermisexploitanten in de kranten geadverteerd, om hun aanwezigheid op de komende kermis kenbaar te maken.

 

De eerste gevonden vermelding in de krant over een inschrijving op de kermis van Vermolen is die van de vader van Nelis, Johannes Mattheus Vermolen. In oktober 1899 wordt hem in Gorinchem een standplaats toegekend voor zijn draaimolen. Zijn inschrijvingen in de krant zijn terug te vinden tot 1911. In de laatste jaren ook samen met zijn zoon Nelis. De attractie van zijn vader is hetzelfde, maar wel onder een andere naam; carrousel of draaimolen.

 

Nelis stort zich na zijn huwelijk in 1902 samen met zijn vrouw Maria Johanna Hommerson op het kermisgebeuren. Een opsomming van alle plaatsen, die hij gedurende zijn kermisbestaan heeft bezocht, is teveel om op te noemen. Hij heeft in het gehele land van noord naar zuid, van oost naar west, met zijn attracties op kermissen gestaan. Ook in het buitenland is Nelis geweest met zijn kermmisattracties, zoals België, Frankrijk en zelfs Rusland en Afrika. Een reis naar Egypte werd geen succes en kwam op een groot verlies te staan.

 

Was het in het begin met één attractie, al snel werden meerdere attracties er bij gekocht zoals hij ook in zijn interview van 25-03-1937 vertelde. In 1947 werd beschreven welke attracties een onderdeel waren van het kermisbedrijf van Nelis: twee benzine-racebanen, drie rupsbanen, twee vrolijke rad-inrichtingen, een Ridee-O, een Rakettenbaan, twee Cake-walks, een Lindy-Loop, een Stoomcarrousel, een Dancing, twee Emotiebanen, een Piccadillydream, een Karimate, een Zweefmolen, een Micky Mouse-carrousel, klein Zwitserland, Rodelbaan, Steilwand. Ook werden er soms tijdelijke andere attracties ingehuurd, zoals het Lilliputtersdorp.

 

Lunapark

Nelis introduceerde in Nederland ook het begrip “Lunapark”. In 1932 vroeg hij Amsterdam een vergunning voor een Lunapark op de buitenplaats “Amstelrust” en het braakliggend terrein van het afgebrande Paleis voor Volksvlijt op het Frederiksplein. Uiteindelijk werd een vergunning verleend voor het Frederiksplein om van 14 tot 28 mei en van 29 tot 31augustusw 1932 een Lunapark op te richten voor tussen de veertig en vijftig kermisattracties. Daarna was het Lunapark van Vermolen een begrip in Nederland geworden.

 

Spoorwegen

Verliep het vervoer van de kermisattractie in het begin per boot, later werd gebruik gemaakt van de spoorwegen. Nelis kocht in Amersfoort een opslagterrein, dat naast een spoorwegemplacement lag. In de loodsen op het opslagterrein werden zijn kermisattracties opgeslagen en tijdens de wintermaanden werden de attracties gerepareerd en weer bijgewerkt. Vanuit Amersfoort werden de attracties dan per spoor vervoerd. Het groeien van het bedrijf zorgde ook voor groter vervoer. In een advertentie in het Nieuwsblad van het Noorden werd vermeld, dat er per week, en soms drie keer per week, 1,5 miljoen ton aan materiaal werd vervoerd, 14 inrichtingen, 250 wagens en 16 tractoren. Wanneer een dergelijk transport in een plaats aankwam was het een grote bedrijvigheid en bezienswaardigheid. Het uitladen van het materiaal en het heen en weer rijden van trekkende tractoren.

 

Verenigde Amusementsbedrijf

Het groeien van het bedrijf kwam ook door de samenwerking die Nelis zocht met zijn zwagers, de gebroeders Hommerson. Werd er in het begin steeds gesproken over Hommerson en Vermolen, later ontstond de naam Verenigde Amusementsbedrijf. In de advertentie hanteerde zij de spreuk:

Waar zorg verging, het genot begon, troont Vermolen, Hommerson

In 1946/1947 werd het Verenigde Amusementsbedrijf Hommerson Vermolen uitgebreid met een andere grote kermisfamilie: Janvier. In oktober 1946 is de prachtige Saloncarrousel van Janvier in Den Haag door brand verwoest. Mogelijk is dit de reden geweest om een samenwerkingsverband aan te gaan.

 

Ongevallen

Het kan niet anders, dat ook een dergelijk groot bedrijf met ongelukken te maken heeft.

Op de kermis in Roosendaal, oktober 1924, kreeg Nelis te maken met diefstal. De kermiswagen “het vrolijke rad” werd opengebroken en jassen, gouden voorwerpen en kostuums werden gestolen. Bij onderzoek door de politie werd in Delft de dader aangehouden. Het bleek een gewezen knecht te zijn van Nelis. In oktober 1932 komt het treinenstel van Hommerson – Vermolen aan op een rangeerterrein bij de Sint Annabrug in Nijmegen. Bij de politie komt er een melding binnen, dat er op het rangeerterrein een ernstig ongeval is gebeurd met doden en gewonden. Gelukkig was dit niet het geval. Vermoedelijk door het te vroeg omzetten van een wissel is een der laatste spoorwagons, waarop een lading onderbouwhout, gekanteld en kwam de lading met een donderend geweld op de rails terecht. Het hout vloog alle kanten op. Niemand raakte gewond en iedereen kwam met de schrik vrij. Tragisch is het ongeval dat plaatsvond op de kermis in Kijkduin in juli 1938. In de “Tete à queue” (een draaimolen met wagentjes) ging een 26 jarige jongeman niet zitten, maar ging steeds staan. Hij werd door de zoon van Nelis gewaarschuwd, dat hij moest gaan zitten. Toch stond de man steeds weer op. Op het moment, dat de draaimolen op snelheid kwam, viel de man achterover uit het bakje met zijn hoofd op de grond. Met ernstig hoofdletsel is hij overgebracht naar het ziekenhuis, waar hij is overleden. Op de kermis in Horst in oktober 1941 brandde het amusementspaleis helemaal af. Op de kermis op de Scheveningse Boulevard brak in augustus 1952 brand uit in de motor van de autoscooter. Gelukkig waren er geen gewonden, maar wel een schade van fl 25.000,-

 

BUMA

In september 1938 is er groot feest in Amsterdam. Nelis is in Amsterdam met twee Lunaparken. In de Jan van Galenstraat en op het terrein van het Paleis voor Volksvlijt. Beide Lunaparken omvatten een groot afgesloten gebied, waarbij het Lunapark in de Jan van Galenstraat het grootste is. Voor beide Lunaparken wordt entreegeld geïnd. Voor het ten gehore brengen van muziek, waarvoor auteursrechten moet worden betaald, wordt door BUMA beslag gelegd op 85% van de recettes wegens het niet voldoen aan de BUMA rechten. Beide partijen voeren processen tot aan de Hoge Raad. Uiteindelijk wordt de BUMA in het gelijk gesteld.

 

Kermisbond

Vanaf 1916 maakt Nelis ook deel uit van het bestuur van de kermisvakvereniging “Ons belang” Ook zijn zoon Franciscus Cornelis maakt deel uit van de bond. Nog steeds maakt Vermolen deel uit van de vakbond van kermisexploitanten, de Nationale Bond van Kermisbedrijfhouders Bovak. De voorzitter is N.M.G.(Nicole)  Vermolen.

 

Onrust

Er is onrust in de kermiswereld. Het bedrijf van Nelis is groot, te groot? De kleine kermisreizigers voelen zich door de grote bedrijven zoals Hommerson-Vermolen bedreigd. Het initiatief wordt genomen door de krant Tribune, de voorloper van de Waarheid. In 1932 publiceren zij een drietal artikelen met de titels: “Uitbuiting door de gebroeders Hommerson en Vermolen”; “Hard en lang werken, weinig loon”; ”Kermisbaas treitert zijn arbeiders”. Hommerson – Vermolen zouden onderhands bij gemeenten grote delen van het kermisterrein pachten. Daarna zouden delen van het gepachte door Hommerson – Vermolen worden “door verpacht” tegen een hoger tarief. Volgens de Tribune zouden hiermee winsten van fl 20.000,- worden gemaakt. Juist hiertegen komen de kleine kermisexploitanten in opstand. Het zijn overigens de gemeenten die een dergelijke handelswijze toestaan. In 1938 verenigen de kleine kermisexploitanten zich in een nieuwe kermisbond de F.E.P.A. In de artikelen van de Tribune wordt ook de slechte salariëring vermeld. Vaste medewerkers zouden voor hetzelfde werk tweemaal zo veel loon ontvangen. Ook zou Hommerson – Vermolen personeel verbieden lid te worden van een vakbond. Eind 1938 vindt er een hoor en wederhoor plaats in de krant. In januari 1939 verweert Nelis zich in een uitgebreid artikel in het Volksdagblad. Dit heeft weer ingezonden brieven van ex-medewerkers tot gevolg. Eind 1939 vindt er een gezamenlijke bijeenkomst plaats van de verschillende bonden. Besloten wordt tot het oprichten van een Federatie.

 

Kermis in oorlogstijd

Nederland bezet door de Duitsers. De kermiswereld staat even stil. Na de bezetting zijn er nog enkele kermissen in Nederland. In de residentiebode van 31-12-1940 plaatste kermisexploitant Joh. Compter een artikel met als titel “Kermis voorheen en nu; Heeft ze een reden van bestaan?” Aan het eind van zijn artikel schrijft hij: “De kermis mag niet van de baan. Daar wil onze Nederlansche volk nooit aan”. In 1941 ligt het kermisleven nagenoeg stil. Hier en daar in de provincie wordt nog een kermis georganiseerd. Op 22-10-1941 doet Nelis in de Telegraaf een uitspraak voor 1942. “Volgend jaar ook kermis in de groote steden.” Een vorm van een oproep aan de overige kermisexploitanten om hun onderneming weer op te nemen. Inderdaad, in 1942 is er in het hele land weer volop kermis, of zoals Nelis in de krant het Volk van 01-04-1942 zegt: “Met Pasen draait de kermis weer.” Dat is dan ook het laatste jaar. Daarna verdwijnt het hele circus. Nelis slaat zijn attracties en materiaal op in Amersfoort en laat zijn attracties, indien mogelijk en financieel haalbaar, herstellen, onderhouden en opknappen. Henri Biegnolé, kermisexploitant, de man van zijn nicht Maria Josephina Johanna (1908), is op zoek naar opslagruimte voor zijn attractie, waarvoor hij in een advertentie plaatst. Na de bevrijding begint het kermisleven zich weer te herpakken en komen de kermissen weer terug in het land.

 

Een grote kermisfamilie

Was in 1902 Nelis en zijn vader de enig binnen de kermisfamilie Vermolen, gedurende de tijd breidde de kermisfamilie steeds meer uit. Zijn zoons en dochters werkten in het bedrijf, maar ook broers en zusters, neven en nichten, maakten deel uit van de kermisfamilie al dan niet in het bedrijf van Nelis, dan wel zelfstandig. Maar men bleef elkaar helpen.

Dit waren o.a.

zijn broers:

                Johannes Matheus (1871)

      Fredericus Johannes (1875)

zijn zusters

      Maria Gerdina Margaretha (1890), getrouwd met Petrus Cornelis Peeters, kermisexploitant

      Gerardina (Dien) Vermolen (1873), getrouwd met Toon Theunisz, kermisexploitant

zijn zoons:

      Franciscus Cornelis (1903)

      Cornelis Marinus (1905)

      Johannes Mattheus (1919)

zijn dochters:

      Cornelia Johanna (1911)

      Maria Josephina Johanna (1908), getrouwd met Vernon Sipkema, kermisexploitant

      Johanna Francisca (1916), getrouwd met Geert Sipkema, kermisexploitant

zijn neven:

      Johannes Matthijs (1907)

      Franciscus Antonius Cornelis Petrus (1910)

      Hendrikus Josephus (1923)

      Cornelis Johannes (1894)

zijn nicht:

      Catharina Maria Frederika Johanna (1915), getrouwd met Henri Biegnolé, kermisexploitant

zijn achternicht:

                Catharina Johanna (1945), getrouwd met Frans Stuij, kermisexploitant

                Catharina Maria (1930), getrouwd mat J.A. Janvier, kermisexploitant

 

Interviews

De kermisfamilie staat in de belangstelling. Wanneer er bijzondere omstandigheden zijn, worden ze geïnterviewd door de krant. Het eerste interview van Nelis is op 25-03-1937, wanneer het bedrijf op zijn hoogte punt is. Nelis wordt genoemd als een directeur van een Lunapark met een jaaromzet van een half miljoen. Het is een terugblik vanaf het moment dat hij in 1902 zelfstandig begon op de kermis.

Bij zijn 40 jarige huwelijk en het 40 jaar zijn van een kermisexploitant op 26-03-1942 wordt er een groot artikel aan het echtpaar besteed.

In de krant De Tijd van 26-03-1947 wordt het echtpaar Vermolen-Hommerson aangeduid als “Het Koningspaar van het Amusement”. Daarin wordt ook verhaald, dat het bedrijf in het binnen- en buitenland actief is geweest. Nelis haalt enkele gedenkwaardige momenten aan, zoals in 1899 begonnen met 12 draaimolens op het Malieveld in Den Haag, een fancy fair op het terrein van het afgebrande Paleis voor de Volksvlijt in Amsterdam, Nenyto in Rotterdam met 200 inrichtingen, o.a. een “Ober Bayern” en een miniatuurspoor over het gehele terrein. Rotterdam was daarin een hoogtepunt voor het echtpaar Vermolen-Hommerson, maar ook een dieptepunt door het verlies van hun zoon Johannes Mattheus (1919), die in mei 1940 sneuvelde bij de verdediging van de Maasbruggen.

21-06-1957, Nelis is 80 jaar. In het Nieuwsblad van het Noorden van 21-06-1957 wordt aandacht besteed aan zijn verjaardag en wordt weer teruggeblikt op zijn leven.

Nog eenmaal geeft Nelis een uitgebreid interview, in de krant de Tijd van 16-06-1962, oud 85 jaar. Nelis is 89 jaar geworden.

 

Ook anderen uit de kermisfamilie Vermolen vertellen in een interview over hun kermisleven. Ter gelegenheid van haar 90e verjaardag vertelt Gerardina (Dien) Vermolen (1873), getrouwd met Toon Theunisz, over haar leven met haar man Toon en het leven op de kermis. Het interview wordt gepubliceerd in de Telegraaf van 19-01-1963. Tante Dien is 99 jaar geworden.

 

Maria Josephina Johanna (1908), getrouwd met Vernon Sipkema wordt op haar 60e verjaardag geïnterviewd. Zij is nog dan steeds actief op de kermis. Zij heeft weer haar eigen verhaal over het kermisleven samen met haar man Vernon Sipkema. Nieuwsblad van het Noorden, 15-05-1968.

 

Zie ook:

www.henkbruggeman.nl/Boeken/Kermis/KeCi%202.pdf.

home.hccnet.nl/h.werk/index.htm met links naar kermisgeslachten: Kallenkoot en Stuve (noga en suikerwerken), Fogertij, Sipkema, Mullens, Vermolen en Hommerson.